Les Bermudes ? Ce ne sera pas pour cette fois...
Nous avions pourtant imaginé une traversée relativement tranquille. Comme tant d’autres voiliers avant nous, notre plan consistait à faire route vers les Bermudes avec un agréable alizé de travers, puis d’y atterrir au bon plein. Ensuite, il aurait suffi d’attendre patiemment une belle dépression nous offrant des vents d’ouest pour rejoindre les Açores au grand largue, dans le confort.
Du moins... c’était le plan.
La réalité en décida autrement.
Très rapidement, les fichiers météo nous firent comprendre que les Bermudes ne seraient probablement pas accessibles dans de bonnes conditions. Après plusieurs jours de pétole, les prévisions annonçaient désormais des vents de nord peu favorables. La météo semblait avoir décidé de jouer avec nos nerfs.
La décision fut donc prise : cap directement sur les Açores, sans escale aux Bermudes.
Les captures de routage que j’ai jointes illustrent assez bien le genre de navigation que nous avons connu durant ces trois semaines. Une traversée loin d’être monotone ! Entre les calmes plats, les coups de vent soudains, les grains parfois imprévisibles et les changements de direction du vent, nous avons passé une bonne partie de notre temps à jouer avec les voiles.
— Code 0 envoyé !
— Non, vite, ramène-le ! Un grain arrive !
— Trinquette !
— Ah non... finalement ce grain n’apporte pas de vent...
— Génois !
— Trop de vent derrière le grain... ramenez le génois !
— Trinquette à nouveau !
— Et dix minutes plus tard... plus rien.
— Bon, on renvoie le Code 0 !
Bref, une véritable chorégraphie nautique qui nous a tenus bien occupés.
La pêche, elle aussi, s’est révélée plus compliquée que prévu. La faute aux sargasses, ces immenses algues flottantes qui envahissent certaines zones de l’Atlantique. À peine dix minutes après avoir mis notre ligne de traîne à l’eau, un énorme paquet d’algues venait généralement s’accrocher à l’hameçon, rendant toute pêche impossible.
Chaque fois que les sargasses se faisaient plus discrètes, nous nous empressions de remettre la ligne à l’eau.
Mais la chance ne semblait pas davantage de notre côté.
Une magnifique daurade coryphène se décrocha juste avant d’arriver à bord. Quelques jours plus tard, un beau thon nous joua exactement le même tour.
Heureusement, la troisième touche fut la bonne.
Cette fois, impossible de lui échapper.
Nous hissons à bord un superbe thon d’environ cinq kilos qui finira rapidement dans nos assiettes. Je le croyais être un thon jaune, mais Cathy me corrigea avec raison. Notre prise était en réalité un thon ventru, connu des anglophones sous le nom de « Bigeye Tuna », le thon à gros yeux. Le thon jaune ne se reconnaît pas seulement à sa queue jaune ; il possède également une ligne jaune très caractéristique le long du flanc. Une marque que notre poisson ne présentait pas.
Verdict : Bigeye Tuna !
Pour le reste, tout se déroulait parfaitement. Le quotidien du marin reprenait son rythme tranquille. Les quarts s’enchaînaient, les repas aussi. Les journées passaient vite, sans jamais vraiment se ressembler tant la météo continuait à nous réserver ses petits caprices.
Pendant les moments plus calmes, je dévorais quelques livres sur ma Kobo, confortablement installé dans le cockpit.
La destination approchait.
Plus qu’une centaine de milles.
Les Açores seraient là demain après-midi, pensions-nous.
Après près de trois semaines de mer, nous commencions déjà à imaginer l’atterrissage, la première bière fraîche, la douche à volonté et une nuit complète sans alarmes météo.
Tout semblait parfaitement sous contrôle.
Mais c’était sans compter sur cette dernière nuit.
La toute dernière que nous devions passer en mer avant de rejoindre les Açores.
Et parfois, en navigation, c’est précisément lorsque l’on croit que tout est terminé que l’aventure décide de commencer...
Bermuda? Deze keer niet...
We hadden gehoopt op een relatief rustige oversteek. Zoals zoveel zeilers voor ons was het plan om eerst koers te zetten naar Bermuda, met een aangename passaatwind dwars in de zeilen, om vervolgens aan de wind aan te komen. Daarna hoefden we enkel nog te wachten op een mooi weerraam met westenwind om comfortabel voor de wind richting de Azoren te varen.
Tenminste... dat was het plan.
De werkelijkheid besliste er anders over.
Al snel maakten de weerkaarten duidelijk dat Bermuda waarschijnlijk niet haalbaar zou zijn onder goede omstandigheden. Na enkele dagen windstilte voorspelden de modellen nu noordelijke winden die allesbehalve gunstig waren. Het weer leek vastbesloten om met onze plannen te spelen.
De beslissing was dan ook snel genomen: rechtstreeks naar de Azoren, zonder tussenstop op Bermuda.
De routings die ik bij dit hoofdstuk voeg, tonen mooi welk soort zeiltocht we gedurende deze drie weken hebben beleefd. Een oversteek die allesbehalve eentonig was! Tussen windstiltes, stevige windvlagen, onvoorspelbare buien en voortdurend veranderende windrichtingen waren we bijna voortdurend bezig met de zeilen.
— Code 0 omhoog!
— Nee, snel binnenhalen! Er komt een bui aan!
— Trisail? Nee, eerst de kotterfok!
— Oei... deze bui brengt helemaal geen wind.
— Grote genua weer uitrollen!
— Toch te veel wind achter de bui... genua weer binnen!
— Kotterfok opnieuw!
— En tien minuten later... complete stilte.
— Goed, de Code 0 kan weer omhoog!
Kortom, een waar zeilballet dat ons voortdurend bezig hield.
Ook de visvangst bleek moeilijker dan verwacht. De schuldigen? De sargassowieren, die enorme drijvende velden zeewier die tegenwoordig grote delen van de Atlantische Oceaan bedekken. Nauwelijks tien minuten nadat we onze sleeplijn hadden uitgezet, hing er meestal al een grote hoop wier aan de haak, waardoor vissen onmogelijk werd.
Telkens wanneer de sargasso's even verdwenen, gooiden we onze lijn onmiddellijk opnieuw uit.
Maar ook daar leek het geluk ons niet echt toe te lachen.
Een prachtige goudmakreel wist zich los te schudden net voordat we haar aan boord konden hijsen. Enkele dagen later overkwam ons exact hetzelfde met een mooie tonijn.
Gelukkig was de derde aanbeet de goede.
Deze keer ontsnapte hij niet.
We haalden een prachtige tonijn van ongeveer vijf kilogram aan boord die niet veel later op ons bord belandde. Eerst dacht ik dat het een geelvintonijn was, maar Cathy corrigeerde me terecht. Onze vangst bleek een grootoogtonijn te zijn, door Engelstaligen een "Bigeye Tuna" genoemd. Een geelvintonijn herken je immers niet alleen aan zijn gele staart, maar ook aan een opvallende gele lijn langs de flank. Die ontbrak volledig bij onze vis.
Conclusie: een echte Bigeye Tuna!
Voor de rest verliep alles uitstekend. Het dagelijkse ritme van de zee nam opnieuw de bovenhand. De wachten volgden elkaar op, net als de maaltijden. De dagen vlogen voorbij zonder ooit echt op elkaar te lijken, want de grillen van het weer bleven ons verrassen.
Tijdens de rustigere momenten verslond ik enkele boeken op mijn Kobo, comfortabel gezeten in de kuip.
De bestemming kwam steeds dichterbij.
Nog een goede honderd zeemijl.
Morgenmiddag zouden we de Azoren bereiken, dachten we.
Na bijna drie weken op zee begonnen we al te dromen van de aankomst, een frisse pint, een lange douche en een nacht zonder alarmen of weerberichten.
Alles leek perfect onder controle.
Maar dat was buiten die laatste nacht gerekend.
De allerlaatste nacht die we nog op zee moesten doorbrengen voor we de Azoren zouden bereiken.
En soms gebeurt op zee precies het tegenovergestelde van wat je verwacht: net wanneer je denkt dat het avontuur voorbij is...
... begint het pas echt.